Home ~ Je wereld ~ Mechelen city te voet doorkruist in twee dagen: zaterdagnamiddag

In het eerste deel van ons reisverslag kon je lezen hoe we met een gezelschap van tien mensen een tweedaagse citytrip hebben ondernomen in het Belgische Mechelen. Je kon ons perfect volgen op onze weg van de Veemarkt langs de Beiaard naar een Fried-Chickentent op de Botermarkt. Nu schotelen we jou het vervolg van onze dag voor.

Mechelen en de Dijle

Met een stevige portie kip en friet achter de kiezen begeven we ons terug op de Botermarkt richting Muntstraat. Vlak vóór deze straat slaan we echter rechtsaf de Leermarkt in. Daarna eerste rechts = Hazestraat – direct weer links = Pitzemburgstraat. Zo loop je de Kruidtuin binnen. Neem het linkerpad naar het beeld van de man die harp speelt. Ga achter de vijver naar rechts en volg dit pad dat tegenwijzerszin rondgaat in de Kruidtuin. Ga achter de speeltuin verder rechts op het pad. Je komt uit aan de Volmolen en het Reiscafé dat ertegenover staat. Eertijds regelde een watermolencomplex de waterstand in Mechelen. Door het aanleggen van de Afleidingsdijle werden al deze molens overbodig en werden ze afgebroken. Alleen de Volmolen bleef gespaard.

Mechelen Volmolen
De volmolen op de Dijle

Achter de Volmolen keren we terug naar de Kruidtuin en lopen we verder langs de Dijle. Zo lopen we de Kruidtuin uit. We slaan linksaf en gaan de Fonteinbrug over. Aan de overkant van de brug kun je links het Dijlepad op, een absolute aanrader. Onze stadswandeling volgt het Dijlepad, een vlonderpad op het water van de rivier. De eerste brug die je onderdoor loopt is de Grootbrug, ook wel de Hoogbrug genoemd. Deze verbindt de IJzerenleen aan de overzijde met de Korenmarkt. Het is een zandstenen bouwwerk uit de dertiende eeuw en daarmee de oudste stenen brug van Vlaanderen. Ooit was de Grootbrug een tolbrug.

Historische Mechelse gevels

Kijk vóór je onder de Grootbrug door gaat even naar de oude huizen op de Zoutwerf. Deze historische kaai kreeg zijn naam toen Mechelen in 1301 het stapelrecht op zout kreeg. De twee authentieke gevels van ‘De Waag’ en ‘De Steur’ vallen meteen op. De Steur was een opslagplaats. In De Waag werden de goederen gewogen. Daarnaast staat het voormalige ambachtshuis van de visverkopers, ‘In den Grooten Zalm’. De naam staat in reliëf boven de deur: een vergulde zalm met daarrond een banderol met het opschrift ‘In den Grooten Zalm’. Terwijl andere ambachten toen nog gotisch en in hout bouwden, etaleerden de visverkopers de rijkdom van hun ambacht door middel van een weelderige renaissancegevel. Rechts van ‘De Waag’ stond het ‘Innehuysken’, waar men het ‘innegeld’, een soort van belastingen, betaalde. Het gebouw werd in de zeventiende eeuw door een brand verwoest, maar de ambachtslieden bouwden het opnieuw op onder de naam ‘De Kleine Zalm’.

Mechelen Zoutwerf
Oude gevels op de Zoutwerf

Het Dijlepad loopt ten einde ter hoogte van de Van Beethovenbrug en de Vismarkt. We gaan naar boven, maar steken de Van Beethovenbrug nog niet over. We gaan verder op de Haverwerf, waar ons alweer drie historische gevels in het oog springen. Het zijn pareltjes uit de zestiende en de zeventiende eeuw. Het huis op de hoek heet ‘Het Paradijske’. De reliëfs boven de ramen geven de taferelen ‘Het aards paradijs’ en ‘De boom der kennis van goed en kwaad’ weer. Het middelste huis heet ‘De Duiveltjes’. Het is een van de mooiste houten gevels in België. De oorspronkelijke naam was ‘De Verloren Zoon’. Dat verhaal is namelijk boven de toegangsdeur uitgebeeld. Later is het huis hernoemd naar de duiveltjes die als zuilen fungeren. Links bevindt zich het huis ‘Sint-Jozef’. Centraal prijkt een reliëf van Sint-Jozef met het kind Jezus.

Van begijnen, zotte kunsten en blote danseressen

We lopen verder langs de Haverwerf en steken via de eerstvolgende brug, de Kraanbrug, de Dijle over. Dan slaan we direct linksaf = Tichelrij – Dobbelhuizen – eerste rechts = Het Veer – Nieuwe Beggaardenstraat – tweede links = Vrouw Van Mechelenstraat – eerste rechts = Conventstraat – eerste links = Fonteinstraatje – eerste links = Hoviusstraat – eerste rechts = Krankenstraat: op het einde staat de Begijnhofkerk van het Groot Begijnhof. Het Groot Begijnhof is ontstaan vanaf 1560, toen het begijnhof buiten de stadsmuren vernield werd. Vanaf de zeventiende eeuw deden de begijntjes aan kantklossen. De barokke begijnhofkerk dateert uit de zeventiende eeuw.

Mechelen Begijnhofkerk
Begijnhofkerk

Bij het buitenkomen van de Begijnhofkerk gaan we links verder op de Nonnenstraat – tweede links tot aan de Jezuspoort. We keren terug uit dit doodlopende straatje en gaan linksaf op de Nonnenstraat – eerste links = Nieuwe Beggaardenstraat – eerste rechts = Sint-Katelijnestraat: op nummer 22 staat het Zotte Kunstkabinet. Dit is een klein museum, gehuisvest in een historisch gebouw, ’t Vliegend Peert. Het museum stelt satirisch-moraliserende schilderijen uit de zestiende eeuw tentoon. Aan de hand van metaforen wordt verwerpelijk gedrag en de bijhorende bestraffing uitgebeeld. Het museum is een must voor wie wil afwijken van de platgetreden toeristische paden in Mechelen.

Na ons bezoek aan het Zotte Kunstkabinet gaan we links verder op de Sint-Katelijnestraat – eerste links = Oude Beggaardenstraat – Wollemarkt: hier loop je op het Aartsbisschoppelijk Paleis. We keren terug naar de Sint-Katelijnestraat en gaan linksaf – eerste rechts = Minderbroedersgang – direct rechsaf = Minderbroedersgang: op nummer 12 dansen naakte dames in de binnentuin van ‘De Cellekens’. ‘De Cellekens’ werd in 1854 opgetrokken als een gratis opvanghuis voor alleenstaande, arme vrouwen. Het bestaat uit een centraal gelegen Conventshuis met links en rechts kleine huisjes met rondboogdeuren. Achter elk deurtje schuilden twee kleine kamers met bed, kast, stoel en tafel. Aan deze kleine ‘cellen’ dankt het gebouw zijn naam. Na een lange periode van leegstand kwam het opvanghuis in privé-handen. Kunstenares Mariette Teugels en haar man, fotograaf Herman Smet, restaureerden het. In de binnentuin zie je beelden van de kunstenares, onder andere een vijftal gracieuze meisjes in een rondedans. Het gebouw is niet toegankelijk voor bezoekers, maar je mag wel door het hek naar binnen gluren.

Mechelen Cellekens
De Cellekens

Die avond op de Vismarkt

We slenteren verder, steken het water over en slaan linksaf. Nu lopen we langs de Melaan, een van de laatste zichtbare vlietjes in de stad. In 1913 gedempt, werd de Melaan weer opengelegd in 2007, dankzij het Europese project ‘Water in Historic City Centers’. Het is een rustige plek met tal van zitbankjes. Op het einde van het water slaan we linksaf = Drabstraat – rechtdoor = Vismarkt. Deze gezellige uitgaansplek kreeg haar naam toen er voor het eerst in 1531 vis verhandeld werd. Oorspronkelijk gebeurde dit op de IJzerenleen, maar de vishandelaars werden daar verdreven omwille van de geurhinder. Tot op vandaag zijn er nog enkele vishandels aanwezig, maar vooral in de late uurtjes leven de Vismarkt en de aangrenzende Nauwstraat op. De hippe restaurantjes, de nonchalante bruine kroegen en de stijlvol-moderne loungebars trekken heel wat Mechelaars aan.

Ondertussen hebben we het einde van onze eerste dag bereikt. We strijken neer in een voortreffelijk Italiaans restaurantje in de Begijnenstraat, een zijstraat van de Vismarkt. Tot slot moeten we ons hotel op de Veemarkt terugvinden. Morgen vertrekken we weer van hieruit voor het vervolg van onze stadswandeling in Mechelen city.

door An


0 reacties

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *